Nederland telt 342 gemeenten die vergelijkbare taken uitvoeren. Toch betalen ze nog opvallend vaak apart voor software, koppelingen en uitbreidingen die nauwelijks anders zijn dan bij andere gemeenten. Publiek geld verdwijnt zo in oplossingen die andere gemeenten niet kunnen of mogen hergebruiken.
Natuurlijk is niet één gemeente hetzelfde. Een grote stad worstelt met andere vraagstukken dan een plattelandsgemeente en lokale politieke keuzes kleuren processen altijd nét anders in.
Toch kopen gemeenten software nog opvallend vaak in alsof iedere organisatie een compleet unieke situatie heeft. Daardoor bouwt gemeente A een koppeling met het Omgevingsloket, terwijl gemeente B een paar maanden later bijna exact hetzelfde laat ontwikkelen. En overal gaat opnieuw budget, tijd en capaciteit in zitten.
Het ‘Open tenzij’-beleid probeert precies daar iets in te veranderen. Het uitgangspunt verschuift langzaam: software die met publiek geld wordt ontwikkeld, moet ook bruikbaar zijn voor andere overheden. Klinkt logisch. Alleen werkt de praktijk vaak precies andersom.
Aanbestedingen draaien in de basis nog steeds om dezelfde checklists. Functionaliteit, planning, prijs, implementatiecapaciteit. Allemaal belangrijke onderdelen, alleen ontbreekt er nog te vaak iets wezenlijks in die vergelijking: wat gebeurt er ná de implementatie?
Kunnen andere gemeenten meeliften op dezelfde investering? Blijft de data makkelijk toegankelijk? Kun je later van leverancier wisselen zonder enorme migratiekosten? Kan een andere partij het beheer of de doorontwikkeling overnemen. Dat soort vragen zet de hele discussie op z’n kop.
Want eigenlijk is de volgorde nu omgedraaid. Nu begint een aanbesteding meestal bij de leverancier. Pas daarna wordt duidelijk welk product, platform of ecosysteem daarachter zit.
Waarom zou je niet eerst bepalen welke (open) oplossing of architectuur het best past bij het probleem dat je wilt oplossen? Daarna kun je nog steeds aanbesteden. Alleen concurreren leveranciers dan op dienstverlening, implementatie en expertise, in plaats van op licenties en afhankelijkheid. Dat is een compleet andere marktwerking.
De keuze voor software gaat over veel meer dan functionaliteit. Je kiest ook:
Software wordt nog te vaak aangeschaft alsof het een los project is. Terwijl die keuze jarenlang invloed heeft op uitbreidingen, koppelingen, kosten en flexibiliteit.
Dat merk je meestal pas later. Bijvoorbeeld wanneer een gemeente inwoners realtime inzicht wil geven in de status van vergunningaanvragen. Of op het moment dat gegevens uit het zaaksysteem gecombineerd moeten worden met informatie uit andere applicaties. Ineens blijkt dat gegevens alleen binnen het eigen systeem prettig bruikbaar zijn, koppelingen bij iedere wijziging breken en een relatief kleine uitbreiding verandert in een project van maanden.
Wij vinden dat de discussie over open source nog te vaak wordt gezien als een technisch onderwerp voor architecten en IT-afdelingen. Stel dat Groningen investeert in betere beveiliging van inwonerportalen, dan mag Breda toch ook van profiteren? Als Eindhoven een koppeling ontwikkelt tussen het zaaksysteem en een landelijke voorziening, waarom moet Zwolle daar dan opnieuw voor betalen? Publiek geld verdwijnt op die manier in software die andere gemeenten niet kunnen hergebruiken.
Wil je als gemeente meer hergebruiken, dan betekent dat automatisch ook meer samenwerken. En nee, daar hoef je geen enorme programma's en stuurgroepen voor op te tuigen. Soms begint samenwerking gewoon klein. Een open component voor meldingen openbare ruimte. Een herbruikbare API. Een slimme koppeling met MijnOverheid. Eén gemeente neemt initiatief, andere sluiten aan en leveranciers leveren ondersteuning of uitbreiding.
In de open source-wereld werkt dat model al jaren met succes. Daar concurreren leveranciers door betere dienstverlening te bieden. Dat is veel gezonder dan klanten opsluiten in het eigen systeem.
Ook support werkt anders dan veel mensen denken. Gemeenten zitten niet vast aan één leverancier die als enige ondersteuning mag leveren. Daardoor ontstaat juist meer keuzevrijheid.
Niemand verwacht dat gemeenten morgen hun volledige IT-landschap vervangen. Dat hoeft ook helemaal niet.
De interessantste beweging zit daarom niet in één enorme migratie, maar in nieuwe keuzes. Aanbestedingen waarin hergebruik serieus meeweegt. Projecten waarin open standaarden belangrijker worden dan gesloten ecosystemen.
Gemeenten verschillen in omvang, ambities en lokale keuzes. Maar dat betekent nog niet dat iedere gemeente zijn eigen wiel opnieuw moet uitvinden.
Je kunt morgen al slimmer inkopen:
Dan verschuift software van een afgesloten product naar iets waar gemeenten gezamenlijk grip op houden.
We zijn het te normaal gaan vinden dat publieke investeringen eindigen in afgesloten systemen. Dat gemeenten opnieuw betalen voor vergelijkbare oplossingen. Dat overstappen ingewikkeld en duur wordt zodra een leverancier eenmaal diep in de organisatie zit. Die aanname moet op de schop.
WeAreFrank! helpt gemeenten en andere overheden om meer regie te krijgen op hun IT-landschap. Door systemen slim te koppelen, data toegankelijker te maken en samenwerking eenvoudiger te organiseren, ontstaat meer ruimte voor hergebruik en keuzevrijheid.
Plan een gesprek en ontdek hoeveel geld, tijd en frustratie gemeenten kunnen besparen zodra software weer iets wordt waar je grip op hebt.