Closed source is in één ding echt beter dan open source

Als je vraagt waarom een organisatie niet voor open source kiest, krijg je vaak dezelfde argumenten te horen: veiligheid, support en betrouwbaarheid. Maar hoe goed houden die argumenten stand als je ze naast de praktijk legt? Ik kan je alvast verklappen: in veel gevallen niet goed.

Open source roept nog altijd sterke reacties op. En ja, er zijn genoeg voorbeelden van kleine projecten die stilvallen of nauwelijks worden onderhouden. Vergelijk je deze projecten met een volwassen commerciële oplossing, dan legt open source het af. Maar dat is alsof je de Champions League van closed source vergelijkt met de kelderklasse van open source. Wil je een eerlijk beeld krijgen, dan moet je de Champions League met de Champions League vergelijken. Dan ontstaat een totaal ander beeld.

“Open source is amateuristisch”

Misschien wel het meest hardnekkige vooroordeel. Het klopt dat niet ieder open source-project geschikt is voor bedrijfskritische processen. Alleen geldt precies hetzelfde voor closed source. Ook daar zit prutswerk tussen, waarop je niet zou moeten vertrouwen.

Belangrijk is wat er achter een open source-project schuilgaat. Verschijnen er regelmatig nieuwe releases? Hoe actief is de community? Hoe snel worden beveiligingsproblemen opgelost? En kun je rekenen op professionele ondersteuning?

Juist op die punten zijn veel grote open source-projecten ijzersterk. Zo vormt Linux de basis van een groot deel van het internet en de cloudinfrastructuur. PostgreSQL is uitgegroeid tot een van de populairste databases ter wereld. Iedereen is het erover eens dat dat geen zolderkamerprojecten zijn. Het is technologie waar dagelijks miljoenen organisaties en gebruikers op vertrouwen.

De volwassenheid van het ecosysteem bepaalt uiteindelijk of software geschikt is.

“Maar wie bel ik als het misgaat?”

Open source betekent inderdaad niet automatisch dat professionele ondersteuning geregeld is. Daar moet je bewust voor kiezen. Maar... hoe lang duurde het de laatste keer voordat jouw closed source-leverancier een supportverzoek oploste?

Op papier beschikken veel leveranciers over uitstekende SLA's. In de praktijk blijkt een bug oplossen of een feature op de roadmap krijgen soms een stuk lastiger. Zeker als je één van de duizenden klanten bent.

Professionele ondersteuning heeft dus weinig met open of gesloten broncode te maken. Uiteindelijk draait het om de mensen achter de software. Hoe is support georganiseerd? Hoe snel worden problemen opgelost? En hoeveel invloed heb je als klant?

Bij veel open source-projecten is dat juist beter geregeld. Doordat de software open source is, kunnen klanten makkelijker overstappen naar een nieuwe partner voor de support. Precies waar in de open source-wereld aan verdiend wordt. Bij open source is de incentive om goede support te leveren dus veel groter.

“AI kan kwetsbaarheden in open source makkelijker vinden”

Sinds de opkomst van AI hoor je een nieuw bezwaar. Open broncode zou gevaarlijk zijn, omdat AI kwetsbaarheden makkelijker kan vinden.

Ik zie dat precies andersom. Laat AI vooral meekijken in de code.
Een kwetsbaarheid wordt niet gevaarlijk doordat iemand die ziet. Hij wordt gevaarlijk wanneer niemand hem ontdekt of oplost. AI helpt juist om broncode sneller te analyseren, fouten op te sporen en verbeteringen voor te stellen.

Dat betekent niet dat open source automatisch veiliger is. Een project zonder actieve ontwikkelaars blijft een risico. Net als software die nauwelijks wordt bijgewerkt.
Het verschil is dat je zelf kunt zien hoe een project ervoor staat. Hoe actief is de ontwikkeling? Hoe snel worden beveiligingsproblemen opgelost? Hoe volwassen is het project? Die transparantie maakt een veel eerlijkere beoordeling mogelijk.

“Open source is alleen interessant omdat het goedkoper is”

Nog zo'n hardnekkig misverstand: open source zou vooral interessant zijn omdat het goedkoper is. Dat hoeft helemaal niet. Wie serieus met open source aan de slag gaat, investeert ook in implementatie, beheer, kennis en ondersteuning. Soms vallen die kosten zelfs hoger uit dan bij een gesloten oplossing.

De winst zit ergens anders. De kosten worden voorspelbaarder. Je bent minder afhankelijk van prijsverhogingen, verplichte migraties of licentiemodellen die tussentijds veranderen. En wanneer een leverancier wordt overgenomen of een andere koers kiest, hoef je niet automatisch mee. Kortom: vrijheid heeft een prijs, maar afhankelijkheid uiteindelijk ook.

Waarin closed source wél beter is dan open source

Toch worden open source-oplossingen nog vaak onderschat. Niet omdat de techniek tekortschiet, maar om een heel andere reden.

Vraag tien mensen waar de meeste software-innovatie vandaan komt en de kans is groot dat hooguit een paar bekende Amerikaanse softwarebedrijven worden genoemd. Intussen draait een groot deel van hun eigen technologie óók op open source.

Natuurlijk innoveren commerciële leveranciers ook, maar het idee dat open source structureel achterloopt, klopt allang niet meer. Sterker nog, volgens mij is er maar één punt waarin closed source-leveranciers echt beter zijn: marketing.

Daar hebben ze simpelweg veel meer budget voor. Daardoor ontstaat gemakkelijk het beeld dat alle vernieuwing uit hun hoek komt, terwijl veel fundamentele technologie juist open source is.

Tijd voor een eerlijkere vergelijking

Open source is geen wondermiddel. Er bestaan uitstekende closed source-oplossingen en slechte open source-projecten. Alleen worden open source-oplossingen nog te vaak beoordeeld op argumenten die niet aansluiten bij de werkelijkheid.

Wie vandaag een keuze maakt voor software, doet er goed aan om volwassen oplossingen met elkaar te vergelijken. Kijk naar de kwaliteit van de software, de ondersteuning, de architectuur en de vrijheid die je op de lange termijn houdt.

Vragen over deze case?
Neem contact op
Portrait of Erwin Beets

Geschreven door
Erwin Beets