Bij welke gemeente ik ook kom, er is bijna altijd enthousiasme over open source. Toch kiezen nogal wat gemeenten uiteindelijk voor closed source. Ook bij integratie-oplossingen. Zonde, want juist op dat gebied is open source naar mijn idee de enige gerechtvaardigde keuze.
Binnen de overheid wint open source snel aan bekendheid. Terecht, want het zorgt dat instellingen van elkaar kunnen leren en voorkomt afhankelijkheid van leveranciers. Sinds 2020 staat het zelfs wettelijk vast: de beleidslijn 'Open, tenzij' schrijft voor dat overheidssoftware standaard open source moet zijn. Ofwel, de broncode is vrij toegankelijk en herbruikbaar.
Open source past ook perfect bij Common Ground, het programma dat gemeenten stimuleert beter samen te werken. Waarom maken gemeenten dan toch andere keuzes, ook als ze eigenlijk wel willen?
Integratie is de lijm tussen al je systemen. Het zorgt ervoor dat je zaaksysteem kan praten met je financiële systeem, dat gegevens van burgers veilig kunnen worden uitgewisseld en dat verschillende afdelingen met elkaar kunnen samenwerken.
Bij zo'n belangrijke laag wil je als gemeente geen risico's nemen. Je wilt transparantie, je wilt kunnen controleren wat er gebeurt en je wilt niet vastzitten aan één leverancier. Open source biedt die garanties.
Als je Common Ground én open source wilt, doe het dan 100 procent. Doe geen water bij de wijn. Dan is het effect wat mij betreft helemaal weg.
Wat veel gemeenten naar mijn mening onderschatten, zijn de verborgen kosten van closed source oplossingen. Goed, je betaalt één keer flink wat licentiekosten en je weet waar je aan toe bent. Maar elke vijf jaar moet je weer een aanbesteding doen. Kom je dan uit bij een andere leverancier, dan moet je alles migreren van het ene naar het andere platform. De moeite en de kosten van zo’n migratie vallen zelden mee.
Met open source kun je software loskoppelen van dienstverlening. Eerst kies je voor open source-software. Vervolgens besteed je de dienstverlening erbovenop aan. Ben je tevreden over je platform maar minder over je dienstverlener? Dan hoef je niet je complete platform te migreren.
Onze software is veiliger omdat niemand er in kan kijken... Het is een argument dat ik traditionele softwareleveranciers nog vaak hoor noemen tegen open source. Moet ik die leverancier dan op zijn blauwe ogen vertrouwen? Bij open source kan iedereen de broncode inzien en zijn eigen oordeel vormen. Als je weet dat anderen mee kunnen kijken, is dat juist een extra motivatie om het goed te doen.
Een ander misverstand: open source is gratis en wordt door vrijwilligers gebouwd. Dat geldt misschien voor hobbyprojecten, maar bij grote softwareprojecten is dat zeker niet het geval. Open source-leveranciers zijn serieuze bedrijven, met kundige mensen erachter. Ze verkopen alleen geen licenties, maar hun dienstverlening.
Veel gemeenten kiezen, vaak zonder het zelf te weten, voor oplossingen die open source lijken maar het niet zijn. Dat een bedrijf actief is op GitHub wil nog niet zeggen dat haar producten daar te vinden zijn en open source zijn. En een constructie waarbij je de broncode terugkrijgt, mocht de leverancier failliet gaan, werkt ook niet. Het is dan tenslotte maar de vraag hoe je die code gaat compileren, draaien en in de lucht krijgen. Bijna ondoenlijk als het niet vanaf het begin open source is.
Ook de bewering ‘wij zijn open source want we delen onze oplossing met al onze klanten’ is misleidend. Dat is geen open source, maar gewoon een gesloten systeem dat meerdere klanten gebruiken.
De voordelen van open source integratie zijn overtuigend:
Door het Common Ground-programma is open source wel bekender en meer gewaardeerd geworden. Maar er zijn bij gemeenten nog altijd mensen die minder belang hechten aan open source en Common Ground. Vaak zonder dat ze daar eerlijk voor uitkomen.
Bij integratie-oplossingen zou open source wat mij betreft verplicht moeten zijn. Niet als vage wens of toekomstige belofte, maar als harde eis vanaf dag één.
Gemeenten hebben alle voordelen van open source hard nodig: transparantie, geen vendor lock-in, lagere kosten op lange termijn en de mogelijkheid om van elkaar te leren. Bij integratie-oplossingen zijn deze voordelen niet optioneel luxe, maar essentieel voor een gezonde digitale overheid.
Het wordt tijd dat gemeenten stoppen met water bij de wijn doen. Open source voor integratie is geen experiment meer, maar een noodzaak. Maak er een verplichting van, dan komt Nederland een stap dichter bij de digitale overheid die burgers verdienen.
WeAreFrank! laat zien dat open source integratie zonder licentiekosten mogelijk is. Je betaalt alleen voor dienstverlening, niet voor het recht om software te gebruiken. Of het nu gaat om de Zaakbrug voor Common Ground, koppelingen met Haal Centraal of migraties van bestaande systemen - ons Frank!Framework biedt de transparantie en flexibiliteit die gemeenten nodig hebben. Zonder vendor lock-in, zonder verborgen kosten.